Naslag
Begrippenlijst: 51 vastgoedtermen
Elk begrip in twee regels uitgelegd, met een doorklik naar de praktische betekenis voor kopers, verkopers en eigenaren van bedrijfspanden.
Verkoop
Kosten
Waarde
BAR (bruto aanvangsrendement)
Bruto huur gedeeld door de investering.
NAR (netto aanvangsrendement)
Rendement na aftrek van eigenaarslasten.
Taxatie bedrijfsvastgoed
Formele waardebepaling door een taxateur.
Huurwaardekapitalisatiemethode
Waarderingsmethode op basis van huurinkomsten.
DCF-methode (discounted cashflow)
Waardering op basis van toekomstige kasstromen.
Verhuurbaarheid
Mate waarin een pand snel en tegen marktconforme huur te verhuren is.
Juridisch
ROZ-model
Standaard huurovereenkomst bedrijfsruimte.
Bestemmingsplan / omgevingsplan
Toegestaan gebruik van grond en gebouw.
Omgevingsvergunning
Vergunning voor bouwen of gebruikswijziging.
Break-optie
Tussentijds opzegrecht in een huurcontract.
Kettingbeding
Verplichting die overgaat op een volgende eigenaar.
Opstalrecht
Recht om een opstal te hebben op andermans grond.
Erfpacht bedrijfsterrein
Gebruiksrecht op grond tegen canon.
KvK-bestemming en SBI-code
Bedrijfsactiviteit gekoppeld aan het gebruik.
Leegstandswet
Tijdelijke verhuur van leegstaand vastgoed.
Huurprijsherziening (artikel 7:303 BW)
Aanpassing van de huurprijs aan de markt.
Opzegtermijn bedrijfsruimte
Termijn en gronden voor huuropzegging.
Asbestinventarisatie
Onderzoek naar asbest in oudere panden.
Bodemonderzoek
Onderzoek naar bodemverontreiniging.
Herbestemming
Ander gebruik geven aan een bestaand pand.
Wwft-controle bij bedrijfstransacties
Verplichte identiteits- en herkomstcontrole.
Verhuur
Huurvrije periode
Periode zonder huurbetaling als incentive.
Incentive
Financiële prikkel om een huurcontract te sluiten.
Servicekosten
Kosten naast de kale huur.
Huurderving
Gemiste huurinkomsten door leegstand of wanbetaling.
Huurprijsindexatie
Jaarlijkse aanpassing van de huurprijs.
Waarborgsom bij huur
Zekerheid voor de verhuurder.
Oplevering casco / kaal / installatietechnisch
Afwerkingsniveau bij oplevering.
Kantoor
Beleggen
WALT (Weighted Average Lease Term)
Gewogen gemiddelde resterende looptijd.
Sale-and-leaseback
Verkoop met directe terughuur.
Leverage (financiële hefboom)
Effect van vreemd vermogen op het rendement.
Loan-to-value (LTV)
Verhouding lening tot waarde van het pand.
Belegger (commercieel vastgoed)
Koper gericht op huurrendement.
Bedrijfsruimte
Bedrijfsunit
Kleinschalige, zelfstandige bedrijfsruimte.
Loods
Grootschalige overdekte bedrijfsruimte.
Distributiecentrum
Grootschalige logistieke opslag- en overslaglocatie.
Docklevel (loading dock)
Verhoogd laad- en losplatform.
Vrije hoogte
Bruikbare hoogte onder het dak of de spanten.
Vloerbelasting
Maximale belasting die de vloer aankan.